Begrippen Transport Overzee

Begrippenlijst A

Averij-grosse

Volgens de York-Antwerp rules 1950 luidt de officiële definitie van averij grosse:“Er is averij-grosse-handeling wanneer – en alleen wanneer – er opzettelijk en redelijkerwijze enige buitengewone opoffering of uitgave wordt gedaan ter gemene beveiliging, met het doel de zaken betrokken bij een gemeenschappelijke onderneming ter zee voor gevaar te bewaren”.
Bij Averij Grosse staat het gemeenschappelijke belang nl. het behoud van schip en lading op de voorgrond.
De opofferingen waartoe door de gezagvoerder wordt besloten, geschieden in gemeenschappelijk belang zodat het voor de hand ligt dat elke belanghebbende een evenredig deel van de schade draagt, die anders voor rekening van één van de belanghebbenden zouden komen.

Averij-particulier

Averij-particulier omvat die kosten en/of schade welke uitsluitend ten laste komen van de reder aan wiens schip schade is toegebracht (bv. stormschade) of ten laste van de eigenaar van de lading die schade heeft opgelopen (bv. door lekkage).
Hier is in tegenstelling tot Averij Grosse geen sprake van gemeenschappelijk belang.

Begrippenlijst B

B/L (Bill of Lading)

De voorwaarden voor het vervoer van goederen over zee worden vastgelegd in de vervoersovereenkomst, cognossement genoemd. Het is de vervoerder die het cognossement uitgeeft. Het soort bevrachtingsovereenkomst of charter party bepaalt wie vervoerder is: bij reisbevrachting is dit de vervrachter, bij tijdsbevrachting en bij naakt casco bevrachting is dit de bevrachter. Het cognossement heeft drie belangrijke functies: het is een ontvangstbewijs, het is het bewijs van een vervoerovereenkomst en het is een eigendomstitel. Het cognossement is in de eerste plaats een ontvangstbewijs. Door uitgifte van het cognossement verklaart de kapitein (als vertegenwoordiger van de vervoerder) dat hij de in het cognossement vermelde goederen heeft ontvangen aan boord van zijn schip. De in het cognossement vermelde omschrijving van de goederen (aard en aantal) moet overeenstemmen met de werkelijkheid. Wanneer de aard en/of het aantal niet overeenstemmen, zal de kapitein dit vermelden op het cognossement. In dat geval zal men spreken van een “foul bill of lading”. Een cognossement zonder bemerkingen (waarvan dus de omschreven aard en hoeveelheid van de goederen overeen stemmen met de werkelijkheid) noemt men een “clean bill of lading”. Wanneer de transactie tussen koper en verkoper geregeld wordt door een documentair krediet, is het bekomen van een “clean bill of lading” van essentieel belang. Bij documentair krediet zal de bank immers slechts betalen indien de gegevens van het cognossement (onder andere de aard en de hoeveelheid van de goederen) volledig overeen stemmen met die in de L/C (Letter of Credit) . Het cognossement is een bewijs van een vervoerovereenkomst: door uitgifte van een cognossement verklaart de kapitein van het schip zich tegenover de houder van het cognossement akkoord om de vermelde goederen te vervoeren van de laadhaven naar de loshaven en dit binnen een redelijke termijn. De vervoerder is dus verplicht de goederen af te leveren aan de houder van het originele cognossement in de haven van bestemming. Ten slotte is het cognossement een eigendomstitel: het originele cognossement wordt beschouwd als een titel van eigendom van de erin vermelde goederen. Met andere woorden: de houder van het originele cognossement is eigenaar van de goederen. Enkel hij kan ter bestemming van de kapitein de aflevering van de goederen eisen. Aangezien het originele cognossement een eigendomstitel is, wordt het door de banken gebruikt als basis voor het documentaire krediet. De banken eisen het originele cognossement als borg voor de betaling van het krediet. Indien er bemerkingen vermeld staan op het cognossement is het geen “clean” cognossement meer en zullen de banken dit document niet aanvaarden en het krediet niet toestaan. Essentiële vermeldingen op het cognossement: De verscheper (= de aflader van de goederen); de shipper ; vaak de verkoper De “notify party” (= aangestelde van de ontvanger om de goederen in ontvangst te nemen in de loshaven); vaak wordt de term “same as consignee” vermeld De bestemmeling (= de ontvanger van de goederen ter bestemming); de consignee ; vaak de koper; om het B/L verhandelbaar te maken kan “to order” worden vermeld De naam van het schip; De laadhaven; De loshaven; De merken en de nummers van de goederen en/of de containers; Het zegelnummer; Het aantal en de soort verpakkingen en een omschrijving van de goederen; Het brutogewicht van de goederen; De maten en/of het volume van de goederen; De plaats waar de vracht betaalbaar is / wordt; Het aantal uitgegeven originele cognossementen (in letters en in cijfers); De plaats en de datum van uitgifte (= de laadhaven en de dag van het laden van de goederen aan boord van het schip);

BAF

(Bunker Adjustment Factor) Wanneer de brandstofprijzen onderhevig zijn aan grote prijsschommelingen, wordt door de rederij soms een bunkertoeslag aangerekend om de risico’s van prijsschommelingen te compenseren.

BTW

(Belasting op/over de Toegevoegde Waarde) BTW is een belasting die een overheid heft op de aanschaf van producten of diensten. Btw is een vorm van omzetbelasting die in 136 landen, waaronder de meeste Europese landen, wordt toegepast. In Nederland bestaat de btw vanwege de Europese wetgever sinds 1 januari 1969, in België sinds 1 januari 1971. Daarvoor kende men omzetbelasting, in een cumulatief cascadestelsel. De producenten en leveranciers verhogen de prijs van een product of dienst met het bedrag van de btw, en vervolgens moeten zij dit bedrag aan de staat voldoen. De ondernemer moet daarvoor meestal elk kwartaal zelf aangifte doen en het bedrag overdragen. Als daarbij een fout wordt gemaakt, kan een suppletieaangifte worden ingediend. Het lijkt zo alsof de ondernemer deze belasting betaalt, maar in werkelijkheid betaalt de consument deze belasting, want deze moet een toeslag op de prijs betalen. Zonder de btw zou de consument goedkoper uit zijn. Een omzetbelasting werkt altijd regressief als er maar één tarief is, doordat de armeren een groter deel van hun inkomen consumeren. Op luxeproducten, die niet echt nodig zijn om te leven, wordt in Nederland 19% btw geheven (bijvoorbeeld op cd’s, of op sieraden; het hoge tarief). Op minder luxe producten (levensmiddelen zoals brood) wordt in Nederland 6% btw geheven; het lage tarief. Ook op de meeste diensten wordt 19% btw geheven. Voor sommige producten en diensten geldt een (gedeeltelijke of gehele) vrijstelling. Daarnaast bestaat nog de mogelijkheid van een nultarief. Het nultarief en de vrijstelling zijn niet hetzelfde.

Begippenlijst C

CAF

(Currency Adjustment Factor) Wanneer de vracht betaalbaar is in vreemde valuta en
wanneer die valuta onderhevig is aan grote koersschommelingen, wordt door de rederij soms een valutatoeslag berekend om die wisselkoersrisico’s te compenseren.
Deze wordt veelal als een percentage over de basis zeevracht belast.

Cognossement (conossement, konnossement) = engels Bill of Lading

Congestie

I.v.m. allerhande havengerelateerde problemen kan het voorkomen dat er extra oponthoud ontstaat bij de afhandeling van inkomende en uitgaande zeeschepen.
Bij enkele havens is dit oponthoud van dusdanig structurele aard dat de ligtijd van schepen in deze havens extra kosten met zich meebrengt.Ter compensatie van deze kosten wordt er een extra toeslag op de zeevracht belast.

Begrippenlijst D

Deltatoeslag

De Rotterdamse haven strekt zich uit vanaf Rotterdam stad tot puntje Maasvlakte.
Op de Maasvlakte is begin jaren ’90 van de vorige eeuw de Delta terminal verrezen
nadat over de jaren heen bleek dat de oude terminals in de stad de steeds grotere schepen niet meer goed konden bedienen. Daar de container transporttarieven gebaseerd zijn op Rotterdam stad is de deltatoeslag in het leven geroepen om de extra transportafstand te dekken. Deze extra afstand bedraagt 45 km enkele trip.

Detentie

De vergoeding die rederijen aan hun clienten berekenen voor het gebruik van hun containers buiten de vrije periode nadat deze de terminal heeft verlaten. Deze vergoeding wordt demurrage genoemd, zolang de container zich buiten deze vrije periode nog op de terminal bevindt.

Dieseltoeslag

Diesel is naast personeel de grootste kostenpost van een wegvervoerder. Gedurende enkele jaren is de dieselprijs tot ongekende hoogte gestegen en nog steeds ondervindt deze hevige prijsschommelingen. Om niet maandelijks de bestaande prijsafspraken te moeten bijstellen is besloten een percentage brandstoftoeslag over de transportprijzen te berekenen. Dit percentage wordt vooraf overeengekomen en kan maandelijks wijzigen.

Douanerechten

Invoerrechten zijn allereerst belastingen waarmee landen hun eigen markt trachten te beschermen tegen buitenlandse producten. Het wordt opgeworpen als handelsdrempel om eigen producten een voorsprong te verlenen. Het streven van de WTO is deze handelsbelemmeringen langzaam te laten verdwijnen.
Gezien de grote commerciële en financiële belangen is dit echter niet op korte termijn te voorzien. Invoerrechten op goederen worden geheven op basis van de statistiek code, het land van oorsprong en de cstatistische waarde of bij enkele landbouwproducten per (gewichts-)eenheid.

Begrippenlijst E

Expediteur

Wie goederen internationaal wil laten vervoeren, wil er zeker van zijn dat zij in dezelfde goede staat de plaats van bestemming bereiken.
Daarbij komt meer kijken dan men denkt.
De expediteur als logistieke dienstverlener is de deskundige die dit op zich kan nemen voor zijn opdrachtgever uit handel en industrie.
Hij lost logistieke problemen op en kent de ondoorzichtige vervoersmarkt.
Vele factoren spelen een rol bij het zoeken naar de meest optimale logistieke oplossingen voor het vervoer van goederen.
Vervoersmodaliteit, snelheid, soort goederen, plaats van vertrek, bestemming, handels- en douanevoorschriften, kosten enz., kunnen tevens bepalend zijn voor de vraag of een product op de wereldmarkt kan concurreren met andere producten.
De expediteur opereert al jaren met succes in de internationale logistieke markt als een spin in het web.
Hij sluit vervoersovereenkomsten met vervoerders ten behoeve van zijn opdrachtgever/verlader die zijn goederen
vervoerd wil hebben.
Hij is daarbij onafhankelijk. De kracht van de expediteur is zijn kennis en kunde van de complexe vervoersmarkt. Vele specialisaties kent de expeditiesector die hun eigen deskundigheid vragen.

Begrippenlijst F

FCL (Full Container Load)

Men spreekt van FCL als de rederij of de vervoerder van containers alleen volle containers voor vervoer aanneemt.
Er worden bij FCL dus geen kleine partijen (groepageladingen) voor vervoer aangenomen, maar alleen volle containers.

Freight Prepaid

Een zeevracht die op voorhand betaalbaar is in de haven van vertrek.
Dus voordat het zeevervoer begint.

Freight Collect

Een zeevracht die betaalbaar is op bestemming.
De agent van de rederij zal de vracht innen in de haven van bestemming vóór de goederen aan de houder van het originele cognossement worden vrijgegeven.

Begrippenlijst G

Groupage

Men spreekt van groupage of LCL wanneer de rederij of de vervoerder van containers ook partijen goederen, die in volume kleiner zijn dan de inhoud van een container voor vervoer aanneemt.
De vervoerder zal verschillende dergelijke kleine partijen verzamelen tot hij er één container kan mee vullen.
De goederen worden in de bestemmingshaven uit de container gehaald en de verschillende partijen en de diverse ontvangers uitgeleverd.

Begrippenlijst H

HS code

Het Harmonized Commodity Description and Coding System (HS code) van de tariefnomenclatuur is een internationaal gestandaardiseerd systeem van namen en nummers om handelsgoederen te kunnen classifiseren.
Het HS code systeem heeft als basis een 6-cijferige nomenclatuur.
Landen hebben dit uitgebreid tot 10 cijfers voor import en 8 voor export.
Bijna 200 landen wereldwijd gebruiken deze HS codes als basis voor: invoerrechten, handelsstatistieken (CBS in Nederland) en oorsprongsregelgeving.
(Zie ook Taric code)

Begrippenlijst I

INCO terms

INCO terms zijn internationale afspraken over internationaal transport van goederen.
In het contract worden standaard afspraken gemaakt die de kosten en risico’s verdeeld tussen verkoper en koper. De eerste Incoterms afspraken dateren al van 1932.
De Incoterms worden opgesteld en gepubliceerd door de Internationale Kamer van Koophandel. In 1990 werden de incoterms aangepast. De reden hiervoor was het toenemende gebruik van elektronisch dataverkeer.
De Engelse tekst is de originele en officiële versie van de Incoterms 2000, die zijn goedgekeurd door de Verenigde Naties Commissie voor Internationale Handels Wet (UNCITRAL).
Geautoriseerde vertalingen in 31 talen zijn beschikbaar van nationale Kamers van Koophandel. Bekijk ook onze pagina Analyse Incoterms.

IMDG code

(International Marine Dangerous Goods code) Deze beschrijft de specifieke regelgeving m.b.t. het transport over zee van UN geclassifiseerde gevaarlijke stoffen.
Het boekwerk omvat regels over verpakkingen, samenlading,
eventuele vrijstellingen e.d. Omdat dergelijke goederen een extra zorg benodigen, is het noodzakelijk bij boeking de rederij de exacte gegevens in een DGD te adviseren.
Op basis van een dergelijke verklaring bepaalt de rederij of de goederen geaccepteerd kunnen worden voor  transport en hoe de goederen behandelt moeten worden.

Invoerrechten

Invoerrechten zijn allereerst belastingen waarmee landen hun eigen markt trachten te beschermen tegen buitenlandse producten.
Het wordt opgeworpen als handelsdrempel om eigen producten een voorsprong te verlenen.
Het streven van de WTO is deze handelsbelem-meringen langzaam te laten verdwijnen.
Gezien de grote commerciële en financiële belangen is dit echter niet op korte termijn te voorzien. Invoerrechten op goederen worden geheven op basis van de statistiek code, het land van oorsprong en de statistische waarde of bij enkele landbouwproducten per (gewichts-)eenheid.

ISPM 15

International Standards for Phytosanitary Measures, de nieuwe wereldstandaard Fytosanitaire Maatregelen Houten Verpakkingen is in maart 2002 ingevoerd om een einde te maken aan de wereldwijde handelsbelemmeringen, als gevolg van de wirwar aan importrestricties voor houten verpakkingen.
In ISPM no. 15 is onder meer beschreven dat houten verpakkingen moeten zijn behandeld om verspreiding van ongedierte te voorkomen

Begrippenlijst L

LCL

Men spreekt van LCL of groupage  wanneer de rederij of de vervoerder van containers ook partijen goederen, die in volume kleiner zijn dan de inhoud van een container voor vervoer aanneemt.
De vervoerder zal verschillende dergelijke kleine partijen verzamelen tot hij er één container kan mee vullen.
De goederen worden in de bestemmingshaven uit de container gehaald en de verschillende partijen en de diverse ontvangers uitgeleverd.

Leveringsvoorwaarden (Incoterms)

Zijn internationale afspraken over internationaal transport van goederen.
In het contract worden standaard afspraken gemaakt die de kosten en risico’s verdeeld tussen verkoper en koper.
De eerste Incoterms afspraken dateren al van 1932.
De Incoterms worden opgesteld en gepubliceerd door de Internationale Kamer van Koophandel.
In 1990 werden de incoterms aangepast.
De reden hiervoor was het toenemende gebruik van elektronisch dataverkeer.
De Engelse tekst is de originele en officiële versie van de Incoterms 2000, die zijn goedgekeurd door de Verenigde Naties Commissie voor Internationale Handels Wet (UNCITRAL).
Geautoriseerde vertalingen in 31 talen zijn beschikbaar vannationale Kamers van Koophandel.

Begrippenlijst M

M/W

Maat/ wicht is ontstaan als omrekenfactor bij LCL deellading om het onderscheid tussen volume (maat) en gewicht te overbruggen.
1 cbm lood zal immers meer wegen dan 1 cbm veren.
Om dit onderscheid toch gelijk te kunnen belasten, heeft men omrekenfactoren afgesproken.
Bij zeevracht LCL wordt gesteld dat 1 cbm overeenkomt met 1000 kgs.

Begrippenlijst N

NVOCC

NVOCC staat voor non-vessel operating carrier em wil zeggen dat de vervoerder gebruikt maakt van
schepen van derden maar wel zelf een vervoersdocument (Bill of Lading) afgeeft en in die zin verantwoordelijk is
in de functie van ‘carrier'(vervoerder).

Begrippenlijst S

Stuffen en strippen

Het lossen van diverse kleine partijen uit één container noemt men strippen.
Het laden van diverse kleine partijen in één container noemt men stuffen.

Begrippenlijst T

Taric

betekent Tarif Integrée Communautaire.
In Taric is het gebruikstarief van de Europese Commissie opgeslagen in lijsten van goederen met de daarbij behorende douanerechten en bijzonderheden.
Taric wordt gebruikt als basis voor het nationale gebruikstarief. Deze maakt deelt uit van de HS code.

THC  (Terminal Handling Charges)

Dit zijn extra kosten, boven op de zeevracht, die de rederij aanrekent voor het behandelen van de containers op de containerterminal vóór ze aan boord van het schip worden geladen, zoals bijvoorbeeld het lossen van de container van de vrachtwagen, het stapelen en bij lading het vervoer van de stapelplaats tot net onder de kraan.

Transportverzekering

Het risico op schade is altijd aanwezig, ongeacht hoe zorgvuldig er wordt gewerkt.
Een transporverzekering dekt – afhankelijk van de overeengekomen condities – het risico op verlies en diefstal van de lading.
Een transportverzekering moet altijd apart en op verzoek worden afgesloten en is niet in de prijs inbegrepen.

Begrippenlijst Z

Zeevracht

De zeevracht is de prijs die de verscheper van goederen betaalt aan de rederij voor het vervoer over zee. Of die prijs naast het eigenlijke vervoer ook de laad- en loskosten en de kosten voor het eventueel stuwen, het vastzetten en het trimmen van de lading omvat, is afhankelijk van de liner terms voorwaarden.